Miesjes 76 t/m 100

76) Succesformule

Vanaf eind jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig hebben wij in Frankrijk een camping gehad, samen met de broer en schoonzuster van echtgenoot Mees als mede-eigenaren. Voordat de overdracht had plaatsgevonden, zagen de heren zichzelf al zitten: lekker lui met een dikke sigaar in het zonnetje, het gescharrel en geklooi van de kampeerders met leedvermaak observerend. Het pakte anders uit: hard en lang werken was de boodschap. Gelukkig duurde het kampeerseizoen geen twaalf maanden, anders zouden zij ongetwijfeld vroegtijdig zijn opgebrand. Het meeste werk moest vanaf begin mei tot en met half september verzet worden. Hierbij valt te denken aan het schoonhouden van het sanitairgebouw, het ophalen van het huisvuil en onderhoud aan struiken, bomen en gras. Een dagelijks terugkerende klus was het onderhoud aan het vermaledijde zwembad. Hoewel de camping aan een rivier lag, gaven de kampeerders er toch de voorkeur aan om te zwemmen in een oplossing van een niet onaanzienlijke hoeveelheid chemicaliën, vermengd met wat kraanwater. Verder stond er dagelijks een portie reparatiewerkzaamheden op Mees en broer/zwager Axel te wachten. Er waren altijd wel kampeerders die het niet zo nauw namen met het opbrengen van respect voor andermans spullen. Wij waren dan ook altijd erg verheugd als de laatste kampeerder het terrein had verlaten en het toegangshek gesloten werd voor tent- en caravanbezitters. Zelf bleven wij met Alex en zijn vrouw Nele en onze, totaal zes, kinderen nog een maand daar wonen om te genieten van de rust.

Denk niet dat Nele en ik niets te doen hadden tijdens de drukke zomermaanden. Het kantoor annex receptie moest immers veertien uur per dag bemand zijn. Daarbij moest er ook regelmatig iemand in de kampwinkel de klanten van dienst zijn. Terwijl onze echtgenoten zich bezig hielden met het grove groenonderhoud, bekommerden wij ons ook nog over de vele bloemperken, die op onze camping aanwezig waren. Het woord “vervelen” kenden Nele en ik dus niet. Een kleine groep kampeerders wel. Ieder seizoen waren er wel wat mensen zijn die geen raad wisten met hun vrije tijd. Uit verveling brachten zij dan regelmatig een bezoek aan het kantoor om hun beklag te doen over de meest uiteenlopende zaken. Eigenlijk snakten zij naar wat vertier. Het organiseren van spannende en enerverende animaties zou hier misschien een einde aan maken.
(Gelukkig had de grootste groep kampeerders geen tijd om te klagen. Zij vermaakten zichzelf uitstekend en zaten niet zo te wachten om georganiseerd spelletjes te doen met hun mede-kampeerders).

S-formule

Het eerste idee kwam van Nele. Zij wilde zich wel beschikbaar stellen om iedere maandag een jeu-de-boule toernooi te organiseren voor de volwassenen. Dit plan werd besproken en er werd gewikt en gewogen over de uitvoerbaarheid. Een ieder van ons zag dat wel zitten, omdat we de deelnemers vijf uur bezig konden houden. Natuurlijk zou de winnaar een prijs ontvangen, anders zou er zelfs geen hond meedoen aan dat spelletje bal werpen.

De opkomst van het aantal deelnemers was iedere keer verrassend hoog. Soms duurde het erg lang voordat de winnaar uit de bus kwam. Een keer gebeurde het dat een Franse dame aan haar finale bezig was tegen een Engelse heer. Dit tot groot verdriet van haar zoontje. Hij had verschrikkelijke slaap en wilde graag naar bed. Mama had echter geen tijd voor hem en zijn papa wilde de eventuele overwinning van zijn echtgenote niet missen. Uiteindelijk droop het kind huilend af en zocht zelf zijn bed op. Slechts bij uitzonderlijk slecht weer, wat zelden voorkwam, werd het hele gebeuren afgeblazen. Dit tot groot verdriet van een enkeling, maar ook van ons. Met de paraplu in de aanslag kwam die naar de receptie om…juist ja, te klagen over de regen.

Su-formule

Axel kwam met het plan om puzzeltochten door de nabijgelegen dorpen en bossen te organiseren. Ook dat idee werd met algemene stemmen aangenomen. Hijzelf zou de opdrachten en vragen formuleren én de routes uitzetten. Mees hielp hem om de aanwijzingen op de strategische punten te monteren. En zie, iedere dinsdag, weer of geen weer, was een deel van onze kampeerders aan de wandel – en van het terrein af. Voor degene die als eerste terug was én alle opdrachten goed had uitgevoerd, lag er natuurlijk een beloning klaar.

Soms kwam een deelnemer niet meer weerom: de arme ziel was verdwaald. Nadat de stakker naar de camping had getelefoneerd, waren we wel zo beleefd om de sukkelaar op te pikken. Had de verdwaalde wandelaar geen telefooncel kunnen vinden –de gsm was nog niet uitgevonden- dan had hij pech, tenzij hij een politiebureau had kunnen ontdekken. Met loeiende sirene en blauw zwaailicht werd de stumper dan naar de camping gebracht.

Suc-formule

Om de klanten ook op een woensdag bezig te houden, stelde Mees voor om het spel “ringsteken” te organiseren. Bij gebrek aan een paard maakte Mees iets anders. Vanaf een stellage van een meter hoog liep er een rails naar beneden waarop een zitkar kon rijden. Aan het einde van de tien meter lange baan was een poortje gebouwd waaraan een emmer hing, gevuld met water en een ring aan de onderkant. De deelnemer nam plaats in de zitkar met een stok in de hand, kreeg een enorme duw en suisde met een respectabele snelheid naar beneden. Daar aangekomen was het de bedoeling dat hij de stok in de ring stak. Dat mislukte meestal jammerlijk. De emmer kreeg dan een optater van de stok en de deelnemer werd getrakteerd op een koude douche. Lachen, gieren, brullen, in ieder geval toch bij de toeschouwers. Dit evenement was zo succesvol, dat het zelfs met slecht weer werd georganiseerd.

Succ-formule

We hadden nu drie dagen gevuld met bezigheden voor de kleine groep die geanimeerd wilden worden. Er moest dus nog wat gevonden worden om de overige vier dagen te vullen. “Volksdansles?” vroeg ik spottend op één van de avonden dat we weer aan het piekeren waren. Uitgaande dat het idee afgeblazen werd, begon ik op een irritante manier een deuntje te neuriën. Nele fleurde echter op. Zij had nog een cursusboek met allerlei dansjes én de bijbehorende bladmuziek. En zo gebeurde het dat ik iedere donderdag een groepje enthousiastelingen met accordeonmuziek begeleidde. Nele deed haar best om de pasjes er bij de dansers in te stampen. Aangezien wij een ochtendsessie hadden voor de heren en in de middag voor de dames, waren ze weer een hele dag zoet.

Succe-formule

Om de vrijdag te vullen organiseerden we een tafeltennis- én een volleybaltoernooi. Natuurlijk was er voor de winnaar weer een prijs beschikbaar in de vorm van een fles wijn. Daar deden de mensen écht de gekste dingen voor. Als het toevallig regende, kon het toch doorgaan. We hadden immers twee grote overdekte ruimten, die daar uitermate geschikt voor waren. Als scheidsrechters fungeerde de twee oudste kinderen van Nele en Axel. Dat hield in, dat wij vieren een dag hadden zonder dat we de mensen moesten bezighouden.

Vijf dagen per week waren de tent- en caravanbewoners, die zichzelf niet konden vermaken, onder de pannen. De zaterdag lieten wij hen met rust. Dat gaf ze de gelegenheid om hun boodschappen en vuile was te doen. De zondag bleef gerespecteerd als rustdag.

Succes-formule

Het respect voor de rust op zondag bleef echter niet gehandhaafd.
Na een hevige onweersbui, op de rustdag, kwam er in paniek een kampeerder naar de receptie gerend. Hijgend en totaal overstuur deelde hij mij mede dat er een jonge stier op de camping galoppeerde. Denkende dat de man door de bliksem was getroffen, wilde ik hem natuurlijk niet geloven. Totdat ik uit het raam keek en inderdaad een herkauwer zag rennen. Vlug waarschuwde ik Mees, Axel en Nele, want hier moest wat aan gedaan worden. Het arme dier werd achtervolgd door een menigte joelende en brullende kampeerders, waar het beest echt niet rustiger van werd. Integendeel: met veel elan rende hij tafels en stoelen omver, trok tijdens zijn vlucht vele scheerlijnen uit de grond en dat had weer ingezakte tenten tot gevolg.

Toen was het in Frankrijk de gewoonte om bij iedere calamiteit de brandweer op te roepen en met veel toeters en bellen kwamen er even later vijf brandweerauto's de camping opgeraced. Dertig drukdoende, actieve mannen sprongen er uit, gereed om in actie te komen. Helaas, wát ze ook deden, de jonge stier liet zich niet vangen. Hij denderde zelfs op een brandweerman af, die te laat was met opzij springen. Zodoende werd hij, zonder al te veel letsel, languit in de modder gelanceerd. Eindelijk, na een urenlange achtervolging door brandweermannen én kampeerders, kwam iemand op het idee om een veearts in te schakelen. Die kwam al snel opdagen en laadde zijn verdovingsgeweer. Na een goed gemikt schot werd de herkauwer na enkele minuten hanteerbaar. Men laadde hem in een veewagen en de veearts, die het dier kon identificeren, bracht hem terug naar de rechtmatige eigenaar. Het bleek dat het arme dier door het onweer in paniek was geraakt en pardoes de rivier was overgezwommen. Op onze camping had hij weer vaste voet aan wal gekregen. Alle kampeerders waren door het dolle heen. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt! De hele middag en een gedeelte van de avond hadden zij zich kostelijk geamuseerd.

De dag na die enerverende gebeurtenis, maakten wij een afspraak met onze buurmanboer. In ruil voor een fles wijn zou hij er voor zorgen dat er iedere zondag een jonge stier op ons terrein zou verschijnen. De kampeerders die smachtten naar wat animatie, kregen op die manier de mogelijkheid om het dier achterna te rennen. De herkauwer had de gasten zo veel pret en jolijt bezorgd, dat hier sprake was van een succesformule om het vermaak van de kampeerders te verhogen.

77) Een genomen besluit

Wat geeft het een bevrijdend gevoel als je eenmaal een beslissing hebt genomen in een serieuze zaak. Zo ervaarden wij het tenminste. Het was alsof we een nacht ongestoord haddden geslapen. We hadden weer energie voor tien en zouden dat de komende tijd ook hard nodig hebben. We gingen weer terug naar Nederland!

De redenen voor ons vertrek uit België waren legio. Wat te denken om weer wat dichter in de buurt van kinderen en kleinkinderen te wonen en zo verzekerd te zijn van hulp als we eenmaal krakkemikkig door het leven zouden strompelen? Of, eenmaal dement, lekker in het Hollands de zusters van het bejaardenhuis uit te kunnen kafferen? Want in die geestestoestand denk ik niet dat wij de Franse taal nog zouden beheersen. Zelfs nu gaat die taal al problemen geven. Verandering van landschap lag ook een beetje gewicht in de weegschaal. Het leven in een dal, omgeven door flinke heuvels, is ook niet alles. In Holland zouden we dan maandag al kunnen zien wie er vrijdag op visite komt. Lekker handig, dus. Tevens zouden, zonder het heuvellandschap, plotselinge weersveranderingen niet meer voor een verrassing zorgen. Nederland is bijna plat. Fietst trouwens ook wat makkelijker. Daarbij kwam de nuchtere vaststelling dat we nu nog gezond van lijf en geest zijn (althans, daar gaan we maar van uit) en nog eenmaal een nieuwe uitdaging en "avontuur" aan wilden gaan. Waarschijnlijk wel ons laatste.

De eerste twee huizen die we gingen bezichtigen waren "recreatiebungalows", geplaatst op een recreatiedomein. Permanent wonen was verboden, maar men voerde daar een gedoogbeleid. Het deed ons echter teveel aan een bejaardencamping denken en daar voelden wij ons echt nog te jong voor. De "bungalows" vielen wel binnen onze begroting, maar waren niet groot genoeg. Echtgenoot Mees heeft immers een respectabel aantal vierkante meters nodig voor zijn modelspoorbaan.
Na veel zoeken op de, in Nederland, bekendste huizensite, zag Mees op een middag in april een huis, dat hem deed besluiten mij uit de keuken te roepen. Hangend over zijn schouder kon ik alleen maar wauw! schattig! en oooooh! zeggen. Het was een voormalige veldwachters-dijkwoning, gebouwd omstreeks 1905. Mees belde de makelaar en een afspraak voor een bezichtiging was al snel gemaakt. Hij zat zich al te verlekkeren op de zolder van het huis. Daar zou zijn nieuwe modelspoorbaan komen. In het souterrain zouden we de slaapkamer creëren en het woongedeelte daar tussen in.
Op de foto vonden we het huis al aandoenlijk, maar toen wij oog in oog kwamen te staan met ons, waarschijnlijk, nieuw onderkomen, smolten onze harten. Het was echt liefde op het eerste gezicht. Ondanks al het achterstallige onderhoud, de doorgaande weg op een steenworp afstand en de ligging in een straatje, waren we beiden meteen verliefd. "Ho stop, laat het verstand ook even zijn werk doen", zeiden we tot elkaar. Dat deden we dan ook braaf, maar de verliefdheid ging niet over. Integendeel. Twaalf dagen later brachten we een tweede bezoek en deden een bod, dat de verkoper accepteerde. Tevens kregen we een optie van een jaar(!) omdat we ons huis in België nog moesten verkopen. Omdat het vaststond dat wij geen ruimte in Nederland zouden hebben voor onze geiten en ezels, hebben we daar met moeite afscheid van moeten nemen. Gelukkig zijn ze allemaal goed terecht gekomen.

Vanwege het vakjargon schakelden wij een Nederlands/Frans sprekende makelaar in om er voor te zorgen dat ons huis verkocht zou worden. Deze man ging van de veronderstelling uit dat het wel binnen drie maanden verkocht zou zijn. Het werden er negen!
Aan bezichtigingen voor ons huis in België hadden we geen gebrek. Vijf-en- twintig maal deden wij een rondgang door ons huis en tuin met volstrekt vreemde mensen. De meesten waren zeer enthousiast. Slechts een enkeling "struikelde" over onze lange, steile oprijlaan, vooral als wij vertelden dat het aan te bevelen was om die met zware sneeuwval schoon te schuiven. Dertig meter is immers geen kleinigheid om sneeuwvrij te maken. Helaas waren de banken niet al te scheutig met het verstrekken van de benodigde euro's aan kooplustigen, zodat wij regelmatig een teleurstelling te verwerken kregen.
Na de zoveelste afwijzing van een bank aan een potentiële koper, begon de moed ons al aardig in de schoenen te zakken. Een telefoontje op een druilerige januarimiddag gaf ons echter weer hoop. Deze koper had volgens zijn eigen zeggen geen hypotheek nodig en wilde graag het huis komen bezichtigen. En net zoals wij hadden ervaren bij onze eerste aanblik op het huis in Nederland, zo ontstond er liefde op het eerste gezicht tussen deze heer en ons huis in België. Binnen veertien dagen was de voorlopige koopovereenkomst getekend en beklonken. Nu konden wij eindelijk al onze opgekropte energie steken in het inpakken van onze enorme hoeveelheid troep en het voorzichtig demonteren van de modelspoorbaan van Mees.
De verhuizing van onze verzameling rotzooi is een verhaal op zich, dus daarover een andere keer.

78) Van hot naar haar

"Nooit ga ik meer verhuizen", zei ik toen wij van Nederland naar België waren verkast, "en zeker niet naar een straatje." En zie, zeg nooit nooit. We gingen dus wel weer verhuizen, nu van België naar Nederland, en ook nog wonen in een straatje.
Naast het inpakken van onze spullen moesten er nog heel veel andere zaken geregeld worden. We vertrokken immers naar een ander land. Verzekeringen, abonnementen, internetgebeuren, nutsleveranciers, alles moest opgezegd worden en in Nederland weer aangegaan. Dat kostte soms meer energie dan de verhuisdozen vullen met onze enorme verzameling spullen. Vooral het opzeggen: alles moesten we in het Frans uitleggen en schrijven. En oh, zaligheid, het aangaan van nieuwe verzekeringen en zo, konden we heel gewoon, wat een verademing, in het Nederlands doen.

Aangezien het een aanslag op ons verhuisbudget zou zijn, zagen wij af van de mogelijkheid om onze verhuizing te laten doen. We deden het gewoon "zelluf". Wel met hulp van zoon Bas en schoonzoon Peter. Wij bevonden ons tevens in een luxe positie, omdat wij al gebruik mochten maken van ons nieuwe onderkomen, voordat de officiële koopakte was getekend. Zodoende hadden wij de mogelijkheid om onze spullen al op voorhand naar de nieuwe plek te verkassen. Een groot, bijkomend voordeel was natuurlijk, dat wij in de periode tussen de verkoop van ons huis in België en de aankoop van onze nieuwe stek, niet dakloos zouden zijn.

Eén dag voordat de verhuizing plaats zou vinden, hadden echtgenoot Mees en ik al ons bestelautootje plus aanhanger én de bestelbus plus trailer van Peter vol geladen. De volgende dag vulden wij de gehuurde bestelbus, gereden door Bas, en slechts een kwartier later dan gepland, ging de stoet richting Nederland. Met een milieuvriendelijke snelheid van tachtig kilometer per uur tufden wij, zonder onderweg problemen te hebben gehad, in colonne naar ons nieuwe adres. Daar aangekomen werden wij getrakteerd op een verfrissend, maar niet besteld, druilerig regentje. Welkom in Holland!

Met vereende krachten zorgden we er voor, dat de voertuigen in een recordtempo leeg en het huis vol raakten. Ondanks de gestage neerslag, was er geen schade door die nattigheid berokkend aan enkele kwetsbare meubeltjes.
Nadat de helpers uitgezwaaid waren, bleven wij vol verwondering achter in ons nieuwe huis, omgeven door een enorme berg dozen die in de gauwigheid allemaal in één vertrek waren gestouwd. Wat een hoeveelheid troep hadden we in die jaren verzameld ! En dan te denken dat wij in België reeds ettelijke keren naar de stort - wat daar heel deftig "Parc à conteneurs" heet - waren gereden met een aanhanger vol spullen, die we toch niet meer gebruikten. Wat ons restte, was alsnog een respectabele hoeveelheid.
Na wat dozen zinloos verplaatst te hebben, vertrokken wij weer naar ons huis in België, een huis dat nu bijna leeg was. Daar brachten wij de laatste paar dagen van ons avontuur in België door, wachtend op de dag dat wij, ongeveer 250 kilometer westwaarts, de verkoopakte konden tekenen. Dat wij naar Vlaanderen moesten om te tekenen, kwam omdat de koper van ons huis een Vlaming was.

Het was zo ver.
We hadden de laatste nacht in ons Belgische huis goed geslapen. Nu kwam het er op aan om voor de laatste spulletjes (het was toch nog meer dan verwacht) een plekje te vinden in ons bestelautootje, rekening houdend met het feit dat er ook nog twee Schotse Collies in moesten passen. Mees wist de laadruimte zodanig te vullen, dat de honden ook nog om elkaar heen konden draaien. Dat alles vond plaats terwijl het zachtjes sneeuwde. Heel verstandig, had Mees de auto de avond ervoor al naar beneden gereden. Hij voelde er niets voor om op de laatste dag het voertuig naar beneden te laten glibberen of, om dat te voorkomen, de lange, steile oprijlaan schoon te schuiven. Dit impliceerde wel, dat de laatste spullen naar beneden gedragen moesten worden, behalve de honden, die gleden vanzelf wel naar de auto.Toen alles en iedereen goed vastgesjord zat, kon de reis naar Vlaanderen beginnen. Zachtjes mompelden we nog: “Adieu, belle maison.”

Na een rit van bijna drie uur, waarin de honden zich voorbeeldig en stil hadden gedragen, kwamen we bij de notaris in Vlaanderen aan waar het passeren van de verkoopakte plaats ging vinden. Eerst lieten we de honden nog even leeglopen, want die stumpers moesten toch hun blaas kunnen ledigen.
Na wat droge opsommingen van enkele delen van de akte, plaatsten wij onze handtekeningen en wensten de nieuwe eigenaar veel geluk met zijn nieuwe aankoop. Hij beloofde goed voor het huis te zorgen, zoals ook Mees dat had gedaan. We namen afscheid van de koper en kropen weer in de auto voor een reisje van ruim 300 kilometer naar ons nieuwe onderkomen waar wij, als nog-niet-eigenaar, de komende dagen mochten verblijven. De tocht duurde, dankzij een enorme file op de ringweg van Antwerpen, een krappe vijf uur. En al die tijd gaven de honden geen kik.

Stijf, maar opgelucht dat we er waren, kropen we uit de auto, lieten onze knieën een paar keer kraken en opende Mees de voordeur. Hij droeg me gelukkig niet over de drempel, zodat ik rechtstreeks het toilet kon bezoeken. Ja, we waren best brak en moe, maar de adrenaline gaf ons een enorme stoot energie, zodat “nou eerst even rustig zitten” achterwege bleef en we de honden uit de auto bevrijdden. We waren erg nieuwsgierig hoe zij hun nieuwe nest zouden vinden. Voor Scotty, die wij al sinds zijn puppytijd hadden, waren we niet bang. Die dwaas vindt het overal een feest. Scarlette, die op zesjarige leeftijd bij ons was komen wonen, had al zoveel verhuizingen en trauma’s meegemaakt, dat we ons om haar een beetje zorgen maakten. Dat het heel anders uitpakte, is in het volgende deel te lezen.

79) Een hondenleven

Na een autorit van vijf uur vanuit Vlaanderen - waar we het verkoopcontract van ons huis in België hadden getekend - arriveerden wij bij ons nieuwe huis in Nederland. Onze eerste taak was natuurlijk om de honden leeg te laten lopen. Daarnaast waren we erg nieuwsgierig hoe zij hun nieuwe nest zouden vinden. Voor Scotty, die wij al sinds zijn puppytijd hebben, waren we niet bang. Die dwaas vindt het overal een feest. Scarlette, die op zesjarige leeftijd bij ons is komen wonen, had al zoveel verhuizingen en trauma’s meegemaakt, dat we ons om haar een beetje zorgen maakten. Het pakte anders uit.

Terug van het uitlaten en bevrijd van de riemen, begon Scarlette in haar eigen rustige tempo het huis te besnuffelen en gedroeg zich alsof zij er al jaren woonde. Scotty daarentegen, begon als een losgeslagen beer door het huis te rennen. Dat had hij niet moeten doen, want al snel gleed hij uit op de plavuizen en maakte een smakkerd van jewelste. Dat deed voor hem de deur dicht.
Zijn eigen matje hadden we meegenomen uit ons huis in België en in het nieuwe huis neergelegd. Dat was dan ook de plek waar hij uiterst voorzichtig naar toe sloop en er verder onbewegelijk op bleef staan. Hij durfde geen poot meer te zetten op die enge vloer. We waren blij dat ons bestelautootje achterin voorzien was van "vloerbedekking". Samen met de andere automatjes konden we er toch voor zorgen dat hij een paar stappen naar zijn eet- en drinkbak kon én durfde te maken.

Nadat wij de volgende ochtend onze viervoeters hadden uitgelaten, gingen wij gelijk op stap om vloerbedekking te kopen om de vloertegels te bedekken. Het was zo zielig om te zien hoe krampachtig Scotty zich op die paar meter matjes bewoog, toch nog angstig dat hij weer onderuit zou gaan. Gelukkig vonden wij al snel een bouwmarkt waar ze vloerbedekking verkochten. Weliswaar niet kamerbreed, maar het kon volstaan om ons vriendje meer bewegingsruimte te geven. De mooie, maar gladde tegels, werden nu helaas wel grotendeels aan het oog onttrokken. Nu hij besefte dat de grond veel stroever was, kon Scotty weer vrijelijk door het huis banjeren. Al snel ging ook hij op onderzoek uit. Aan zijn gedrag konden wij opmaken dat het huis hem wel beviel. Toch moest hij nog wel aan verschillende dingen wennen.

In Wallonië deed de postbode de post in de brievenbus, die aan het begin van onze lange, steile oprijlaan stond. Het enige wat Scotty dan deed als de brave man of vrouw langs kwam, was blaffen. Hier schrikt hij nog iedere keer als er vanaf een hoogte van 1.20 meter, de post op de deurmat klettert. Hij kijkt dan met een wantrouwige blik naar de deur of dat ding nog meer post gaat spugen. Scarlette daar in tegen, blijft rustig op de deurmat suffen wanneer zij door een postspugende deur wordt bedolven onder de rekeningen, kranten en reclamefolders. Slechts één oog gaat open als zij daardoor in haar slaap wordt gestoord.

Een ander fenomeen waar Scotty aan moest wennen was dat hij tijdens de wandelingen niet meer los kon lopen. Bij ons voormalige huis was een weiland waar hij heerlijk, zonder aangelijnd te zijn, kon lopen en vooral meerennen met de trein. Wat hij wel zag waren de boten op de Rijn. Soms zag je hem denken: Hé, een trein? Oh nee, het is een boot en die kan ik niet achterna rennen want A. ik ben aangelijnd en B. die boten gaan lang zo snel niet als een trein, dus niet interessant. Een gefrustreerde indruk maakt hij niet. Hij is nog altijd even vrolijk en nog steeds in voor een feestje. Wat hij wel vervelend vindt is dat Scarlette een bepaald hoekje in de gang heeft geclaimd. Als hij een poging waagt om daar te gaan ligen, laat zij met een zacht gegrom weten dat hij niet moet wagen om haar plekje in te nemen. Hij is zo wijs omdat te respecteren, maar vindt op dat moment wel dat hij eigenlijk een hondenleven heeft.

80) Rijnreisje

Echtgenoot Mees heeft al heel wat zelfgevaren vaaruren achter de rug. Het begon met een kano in zijn vroege jeugd, gevolgd door een zeilboot. Een incidentele roeiactiviteit op de rivier L'Isle bij onze camping in Frankrijk, breidde zijn vaaruren nog uit. Terug in Nederland stond hij veel aan het roer van onze motorsailer, gevolgd door de twee sleepboten. Het spelevaren met onze speedboot, al of niet met waterskiënde kinderen erachter, zorgde er voor dat hij bijna genoeg uren had gemaakt indien hij zijn groot vaarbewijs had willen halen.

Onze passie voor boten was één van de redenen om het huis in Spijk te kopen. Gelegen aan de rivier de Rijn, zien wij dagelijks talloze beroepsschippers met hun schepen het water klieven. Slechts af en toe waagt een watersporter met zijn polyester speedboot een tochtje op de Rijn. Met ware doodsverachting vaart hij als een watervlo een zigzagkoers tussen de enorme containerschepen, tankers en duweenheden. En dan te weten dat het stuk Rijn waaraan wij wonen, het drukst bevaarde water van Nederland is voor de beroepsscheepvaart, met gemiddeld zes honderd schepen van allerlei pluimages per dag. Hoewel een familielid dacht dat wij de schepen hadden geteld, al dan nietgepaard gaande met hallucinaties, is het gegeven vernomen uit een betrouwbare bron.

Denk nou niet dat wij in de toekomst weer een boot zullen nemen. Steeds een dagje ouder wordend, doet ons beseffen dat het onderhoud aan een vaartuig meer energie zal kosten, dan toen wij nog jong waren. "Neem een boot, dan werk je je dood" is een uitspraak die menig bootbezitters bekend in de oren zal klinken. Wij willen ons niet meer doodwerken aan een boot. Toch bleef het kriebelen als wij al die schepen op de Rijn zagen varen. Daar komt bij, dat dit stukje van de Rijn een van de weinige wateren in Nederland is, die wij zelf nog niet bevaren hebben.

Bij gebrek aan een boot, gingen wij naarstig op zoek naar een mogelijkheid om toch een keer de Rijn te bevaren. Zelf zou ik het liefst in een onderzeeër varen, maar die varen niet op of in de Rijn, evenmin als een zeesleper wat mij ook wel aantrekkelijk lijkt.
Na wat informatie ingewonnen te hebben, viel onze keus op een rondvaartboot van respectabele afmetingen. De tocht zou vertrekken vanuit Tolkamer en ging dan in een rustig tempo, stroomopwaarts naar het Duitse plaatsje Rees. Onderweg kon je dan van boord in Emmerich, of gewoon blijven zitten waar je zat en doorvaren naar Rees. Daarna ging het weer stroomafwaarts naar Tolkamer. De tocht zou ongeveer vier en een half uur duren. Dit leek ons wel wat.

Zodoende gingen wij op een mooie dag in juli 2014 aan boord van het schip. Veel andere passagiers hadden hun fiets meegenomen om de terugweg fietsend af te leggen.Wij namen ons gemak ervan en lieten onze stalen rossen thuis. Wij troffen het enorm met het weer: de zon scheen volop en een briesje van windkracht vier Beaufort zorgden voor een aangenaam verpozen aan boord.
Aangezien wij een plekje hadden weten te bemachtigen op de voorplecht van de boot, zaten wij eerste rang. Aan boord hadden we de mogelijkheid om onze eetlust te stillen en de dorst te lessen. Dus wat ons betrof, had het tochtje wel wat langer mogen duren.

Dat gebeurde ook. Want net als vaak bij de Nederlandse Spoorwegen, had ook de boot wat vertraging opgelopen. De reden voor de vertraging was, dat menig passagier die met zijn fiets van of aan boord wilde stappen, daar best wel moeite mee had. De meesten waren namelijk in het bezit van een elektrische fiets en die wegen aanzienlijk zwaarder dan een gewone fiets. Ook waren er reizigers die in een rolstoel het schip via een schuin oplopende loopbrug moesten verlaten. De duwkracht van de begeleider werd dan danig op de proef gesteld. Spannend werd het pas indien er een rolstoelgebruiker aan boord moest komen: met een duizelingwekkende snelheid kwam de rolstoel, met gebruiker en begeleider, de loopplank afsuizen. Wij vonden het allang best: des te langer was ons verblijf op de boot en hadden wij zodoende voldoende gelegenheid om te genieten van alle bedrijvigheid op en langs het water.

Ondanks dat de kapitein van het schip wat stuurs en roerloos aan het roer stond, vertelde hij met vermoeide stem nog wat bijzonderheden over de stadjes en dorpjes die wij passeerden. Ook leerde hij de opvarenden het verschil te herkennen tussen bepaalde schepen. Zodoende wisten alle passagiers, na zijn uitleg, de verschillen zien tussen een duweenheid en tanker, een kustvaarder of een roll-on/roll-of schip, een containerschip en vrachtschip en een recreatievaartuig of passagiersschip. Bij het oplopen van een kleiner scheepje, vertelde hij dat het een parlevinker betrof. Daar konden dan de schippers, al varende, langzij gaan liggen om brandstof voor het schip en de bemanning bunkeren

Eenmaal weer in Tolkamer aangekomen, moesten ook wij, zonder fiets of rolstoel, de boot verlaten. En net als in een grijs verleden, als wij zelf langdurig gevaren hadden, leek het of de wal nog zachtjes deinde onder onze zeebenen. Mees kwam nog met een verbazende conclusie: dit was de eerste keer dat hij zo lang had gevaren zonder zelf aan het roer te staan.
Maar ja, je moet alles een keer meemaken in het leven, nietwaar?

81) Plons, spetter, beet

Nadat wij in maart 2013 ons nieuwe huis in Spijk hadden betrokken, besteedde echtgenoot Mees het grootste gedeelte van zijn vrije tijd aan het klussen in én om onze nieuwe stek. Gelukkig heb je als gepensioneerde genoeg vrije tijd, zodat hij bijna dagelijks bezig was om iets moois van ons nieuwe onderkomen te maken. Toch begon bij hem in het voorjaar van dit jaar het vliegvisvirus weer de kop op te steken. Om daaraan gehoor te geven, werd hij lid van een visvereniging hier in de buurt en schafte de verplichte vispas aan. Zijn eerste vliegvisavontuur werd doorgebracht aan de oevers van de Oude Rijn met als resultaat dat hij zeven voorntjes ving. Dat gaf de burger moed, zodat hij enkele dagen daarna weer zijn geluk ging beproeven. Weer met een mooi resultaat van dit keer zes voorntjes. Helemaal door het dolle heen, was hij nu niet meer te houden. Helaas, de keren daarna was zijn vangst om te huilen: zonder enig resultaat keerde hij dan huiswaarts.
Geheel gedesillusioneerd ging hij op een dag op zoek naar de forellenvisvijvers, waar hij iets over gelezen had. (Het vissen op forel is immers veel spannender: een voorn geeft zich, eenmaal met een haak in zijn bek, gemakkelijk gewonnen, maar een forel blijft vechten om weer los te komen.) Veel vertrouwen had hij er niet in, want het vissen in een vijver met gekweekte forel leek hem hetzelfde als vissen in een aquarium. Ook had hij het idee dat daar alleen maar heel oude mannetjes hun geluk beproefden. Gelukkig voor Mees, bleken beide voornoemde vooroordelen ongegrond te zijn nadat hij zijn verkenningsbezoek had afgelegd. Hij vertelde mij ook nog dat je daar voor een redelijke prijs een maaltijd kon gebruiken. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Hoewel ik meestal niet mee ga als Mees gaat vissen, liet ik hem enthousiast weten, dat ik hem ook wel een keer zou gaan vergezellen als hij daar ging vissen. Louter en alleen omdat ik dan niet zelf achter het fornuis zou moeten staan, want koken is nog steeds geen hobby van mij.

Aangezien het voor vliegvissers nodig is om voldoende werpruimte te hebben, zijn de tijden in het hoogseizoen dat je daar kan vliegvissen vanaf 16.30 uur tot 20.30 uur. Het is dan niet meer zo druk met andere vissers. Gewapend met schepnet, hengel en visvest gingen wij op een mooie namiddag richting de forellenvijvers. De plek ziet er heel landelijk en rustiek uit, omgeven met veel bomen en struikgewas op ruime afstand van de oever. Er zijn vier vijvers te bevissen, die op dat moment maar door elf vissers werden gebruikt. Ook staan er picknick tafels en plastic stoeltjes, hoewel een vliegvisser daar geen gebruik van zal maken. Het werpen met een vliegenhengel zittend vanuit een stoeltje, kan gekwalificeerd worden als Hoge Kunst. Indien het plotseling zou gaan regenen, kan je schuilen in afgedankte bushokjes (hoe verzinnen ze het, maar wel handig). Wij meldden ons bij de balie, Mees koos een vijver en betaalde tevens voor de borg om een leefnet te lenen.Even dacht ik dat Mees verkeerd was gereden en wij bij het Dolfinarium in Harderwijk waren beland. Ook niet verkeerd, want neem mij mee naar de dolfijnenshow aldaar, en de tranen biggelen van ontroering over mijn wangen. Wat ik in de forellenvijvers zag, deed mij niet grienen, maar verrukte kreten slaken van verwondering. Een ieder die weet hoeveel decibel ik kan produceren, zal kunnen begrijpen dat mij al snel de mond werd gesnoerd. Uit de monden van de reeds aanwezige vissers werd een venijnig "sssst" geproduceerd, waarop ik al snel mijn volumeknop lager draaide. Waarom ik zo verwonderd was, kwam omdat het leek of ik naar een dolfijnenshow keek: tientallen forellen sprongen als getrainde tuimelaars uit het water, maakten salto's of scheerden over het water. Mees likte zijn lippen af en zag zichzelf al de ene na de andere forel binnen halen.

Na een half uur bot te hebben gevangen, vroeg hij mij om een andere hengel uit de auto te halen. Daar zat namelijk een andere kunstvlieg aan die hij wilde proberen. Na het aanbinden van de nieuwe vlieg en te zijn verhuisd naar een andere stek, gebeurde dat, waar hij op gehoopt had: hij kreeg beet en kon een mooie forel uit het water scheppen en het beest in het leefnet verhuizen. Dat herhaalde zich in korte tijd nog twee keer. Vanaf mijn observatiepost kon ik waarnemen dat de andere vissers tersluiks de prestaties van Mees in de gaten hielden. Hun gelaatsuitdrukking veranderde na ieder forel die Mees had gevangen. Na zijn derde vangst straalden hun gezichten afgunst uit. Hoe kreeg die man dat voor elkaar, zag je ze denken. Hierbij moet opgemerkt worden dat de collega-vissers met een traditionele werphengel bezig waren.Eén van de jonge vissers kwam wat aarzelend op Mees aflopen om eens een kijkje te nemen hoe dat nou werkte, zo'n vliegenhengel. Bedeesd vroeg hij even later of hij het eens met Mees zijn hengel mocht proberen. Mees gaf hem zijn andere hengel én wat korte instructies en liet het joch zijn gang gaan. Plotseling gaf de vliegvisser in spé een harde schreeuw om mede te delen dat hij een karper aan de lijn had. “Had” is het juiste woord, want aangezien hij er niet op bedacht was, had de karper de lijn doorgebeten en zwom vrijelijk weg. Gelukkig voor de jongen, ving hij even later een forel, die keurig aangehaakt zat. Ondertussen was het Mees gelukt nog twee forellen aan de haak te slaan, zodat zijn totale vangst uitkwam op vijf vissen. Helaas werd het toen tijd om te stoppen. Het was te schemerig geworden om het drijvende vliegje met zijn ogen te volgen.

Voldaan trokken wij naar de inleverbalie. Je kan -maar dat hoeft niet- je gevangen vissen terug brengen. In ruil daarvoor kan je met bijbetaling een gerookte forel kopen. Wil je hem thuis zelf bereiden, dan bestaat er ook de mogelijkheid om hem alleen schoon te laten maken. Wij kozen er voor om kant-en-klare gerookte forel te nemen, zodat ik de vis alleen nog maar hoefde op te warmen. Bij het zien van al dat lekkers, maakten onze magen kenbaar dat ze gevuld wilden worden. We lieten ons de daar bestelde maaltijd goed smaken en na deze late avondmaaltijd werd het tijd om weer huiswaarts te keren. Ook onze twee Schotse Collies zouden wel omvallen van de honger. We waren een leuke ervaring rijker en toen al wisten we zeker, dat er nog meer bezoekjes aan de forellenvijvers zouden volgen.

82) Zand er over

Mijn aversie van zand dateert al uit mijn kinderjaren. Ieder jaar ging ik met mijn grootouders en hun boot naar Camperduin. Daar lagen we zes weken in de Hargervaart. Aangezien mijn oma en opa ook nog opgezadeld waren met mijn nichtje en hun jongste zoon, die slechts vier jaar ouder is dan ik, was het vaak een probleem om dat gemêleerde gezelschap bezig te houden. Bij mooi weer was dat geen probleem: bijna dagelijks wandelden we naar het strand. In de picknickmand zaten "kadetjes" (zachte ronde broodjes) met kaas en als drinken sleepten we flessen "gazeuse" mee. Dat zat toen nog in glazen flessen met een metalen beugelsluiting. Deze groef mijn opa in het zand om ze zo koel mogelijk te houden; van koelboxen had men immers nog nooit gehoord. Met de waakzaamheid van een herdershond hielden mijn grootouders ons in de gaten om er voor te zorgen dat wij niet te ver in zee gingen of van ons stekkie wegliepen. Dolle pret, zal men denken. Dat was het ook. Totdat mijn opa op zijn vingers floot en wij ons moesten verzamelen om te eten. De broodjes waren ondertussen in temperatuur gestegen, de kaas bijna gesmolten, maar het ergste was, dat het bij iedere hap knarste tussen je tanden. Heel mysterieus, had het zand zich een weg weten te banen tussen de boter en het beleg. Gezeur hierover werd afgedaan met: zand schuurt de maag, oftewel: stel je niet aan. Als ik dacht dat ik het zand in mijn kiezen kon wegspoelen met de meegebrachte priklimonade, dan haalde ik mooi bakzeil. Nog hoor ik het akelig schurende geluid dat de beugel maakte als de fles open werd gemaakt, doordat het zand zich tussen de fles en de beugel had genesteld. De meegebrachte bekers werden eerst met een beetje gazeuse omgespoeld, maar het vermaledijde stofje verdween niet en zo dronken wij frisdrank met zand. Het meest vervelende moment kwam pas als de strandpret was afgelopen. Nadat wij uit zee waren gefloten door mijn opa, werden we met harde hand -een eigenschap die ik van mijn oma heb geërfd- drooggewreven. Uiteraard zat ook de handdoek vol met zand en zodoende ervaarde ik al op jonge leeftijd hoe het is om gezandstraald te worden. Mijn huid scrubben heb ik op latere leeftijd slechts één keer gedaan, maar toen was ik in één klap weer terug op het strand. Een traumatische ervaring stak zijn kop boven het zand.

Vele jaren later vertoefden wij vaak met onze sleepboot op het Leukermeer in Limburg. Wij voeren dan de boot met de boeg op het zand en bleven, met voor- en achteranker uit, enkele dagen liggen op ons "privéstrand". De drie kinderen en onze Schotse collie vermaakten zich daar prima. Ingenieuze waterwerken kwamen met water en zand tot stand. Natuurlijk zaten daarna onze nakomelingen en de hond dik onder het zand. Het was daarom verplicht om eerst een rondje te zwemmen voordat de zandmannetjes en -vrouwtjes aan boord mochten. Daarmee wilden wij voorkomen dat de boot vol met zand kwam en zodoende de verf van de dekken en de gangboorden werd geschuurd. Als ik onze kinderen moest helpen om hun natte lijfjes af te drogen, lette ik er goed op dat de handdoek geen zand bevatte en dat ik mijn hardhandigheid niet botvierde op de ruggen van ons nageslacht. Het is mij altijd door hun in dank afgenomen, zij kenden immers mijn nare ervaringen uit mijn jeugd.

Nu wil het toeval dat echtgenoot Mees veel en graag met cement werkt. Hij maakt dat mengsel zelf van één deel cement op drie delen zand. Dit mengsel wordt met de gewenste hoeveelheid water in de cementmolen gemixt. Gedurende de periode dat wij in Wallonië woonden, heeft hij in totaal 10 m³ metselzand verwerkt. Met onze aanhanger achter de auto maakten wij een tocht van twintig minuten naar de leverancier. Personeel was altijd moeilijk te vinden. Het leek alsof zij, als er een klant het terrein opreed, hardhollend de benen namen. Hadden wij eindelijk iemand in zijn lurven gepakt, dan stortte de brave man met een shovel een kuub metselzand in de aanhanger. Dat had natuurlijk veel gestuif, knarsende tanden en prikkende ogen tot gevolg. Ik kreeg hoe langer hoe meer een hekel aan dat goedje. Maar ja, Mees moest én wilde metselen. Hoeveel kilo's keien en stenen er door zijn handen zijn gegaan bij het metselen, is niet meer te achterhalen. Wel is het zo, dat onze zoon Bas, het metsel-gen van zijn pa geërfd heeft. Ook hij weet er wel brood van te bakken.

Op zoek naar een huis in Nederland, vonden wij een lief veldwachters-huisje. Het is prachtig gelegen aan een natuurgebied en met uitzicht, vanaf de bovenste verdieping, op de Rijn. Voor ons als ex-watersporters, een ideale stek. Tevens ontdekten wij bij één van de voorbezichtigingen, dat er op twee minuten rijden met de auto een zand-en grindleverancier gevestigd was. Mees sprong een gat in de lucht van blijdschap, omdat hij dan ook hier zijn metselhobby zonder problemen kon uitoefenen. Na de aankoop van het huis, begon hij al snel met het restaureren en opnieuw metselen van de oude tuinmuurtjes. Vijf keer heeft hij de zand/grindboer bezocht en al die keren was het niet nodig om het personeel uit een donker hoekje te plukken. Hij werd daar al vlug een bekend verschijnsel en graag geziene gast.

Wel is het zo dat, wanneer ik bij Westzuidwestenwind buiten aan het scharrelen ben, overmand word door slaap; alsof Klaas Vaak is langsgekomen. Want dat is immers dat irritante ventje dat zand in de ogen strooit om slaperig te worden. Ik krijg steeds meer een hekel aan dit heerschap, mede door het feit dat, als je iemand zand in de ogen strooit, ook nogeens die persoon wat wijs wil maken of aan het bedriegen bent. Ik denk dat ik nu maar eens mijn kop in het zand ga steken om te voorkomen dat dit verhaaltje als los zand aan elkaar gaat hangen.

83) Luidruchtig gespuis

In Wallonië heb ik diverse soorten ganzen gezien en keek dan vol verwondering en verbazing naar een twintigtal van deze gakkers. Als ik met onze honden aan kwam wandelen, kozen de vogels in het begin als gekken het hazenpad. Het geluid dat zij bij hun vertrek produceerden, deed mij denken aan een opstijgende Apache- of Chinookhelikopter. Zij vlogen een paar rondjes om daarna weer luid gakkend in een veilige zone neer te strijken, ver van mij en de honden. Daar bleven zij om van het gras te eten, ondertussen luid kwebbelend als een stelletje middelbare scholieren na een schoolfeest. De honden vonden deze dieren bijzonder interessant, maar toch ook een beetje angstaanjagend. Dat kwam waarschijnlijk door de hoeveelheid herrie die zij konden voortbrengen. Blaffen tegen deze vliegbeesten om ze te verjagen, had in het begin nog wel succes. Later waren de ganzen zo gewend aan onze regelmatige verschijning, dat ze niet warm of koud werden van het geblaf van Scotty en Scarlette.

    "Door te trekken, leven de ganzen het hele jaar bij een tamelijk constante temperatuur. In Nederland zijn hun slaapplaatsen in open water en op kale zandplaten. De trek naar een slaapplek begint nadat de zon is ondergegaan, totdat het donker is. Hun voedselterreinen zijn altijd rond 30 kilometer rondom een slaapplaats. In Friesland met haar vele ondiepe meren, maar ook langs de IJssel, Rijn, Waal, Lek en Maas vertoeven zij met graagte. Aan het begin van de dag vertrekken de ganzen weer massaal naar hun favoriete foerageergebieden. Wie zich op deze tijden op de juiste plek bevindt, kan het imposante ganzenspektakel niet ontgaan."   (Bron: Vogelbescherming)

De Bijland, bij de grens met Duitsland, is misschien niet een plek waar je volop ganzen zou verwachten. Toch leent deze grote plas zich bijzonder goed als slaapplaats voor ganzen die overdag op de graslanden en uiterwaarden in de omgeving, hun voedsel zoeken. Dit tot grote ergernis van o.a. de veeteelt boeren. De hoeveelheid gras, bestemd voor hun koeien, wordt zodanig aangetast door de vreetlust van de ganzen, dat zij bijna genoodzaakt zijn hun herkauwers bij te voeren. Ook de uitwerpselen van deze dieren doen de weilanden niet veel goeds.En laten wij nou zelf in een foerageergebied voor deze vogels zijn komen te wonen. Wij wisten dat op voorhand, maar om in het echt mee te maken wat dat zou inhouden, overtreft mijn stoutste dromen.

Zodra de kou gaat invallen in het hoge noorden van Europa, verkleuren hier de waterpartijen, de uiterwaarden én de weilanden regelmatig van hun originele kleur, naar grijs/zwart. Luid gakkend komen zij aanvliegen, wat mij doet denken aan een squadron jachtvliegtuigen, dat ik in oorlogsfilms heb gezien. Als de vogels geland zijn, houden zij nog twee seconden hun vleugels wijd om af te remmen. Eenmaal met twee poten stevig in het gras kan de Bourgondische maaltijd beginnen en zelfs dan wordt het niet stil: die dieren kletsen wat af. Het geeft je het idee alsof je op de huishoudbeurs bent.   De slaaptrek is een fascinerend schouwspel. Het lijkt wel of een dirigent een teken heeft gegeven om te beginnen, want als er één vogel opstijgt, volgt de rest vanzelf. Het geluid van die duizenden klapwiekende vleugels is oorverdovend, maar bijzonder imponerend om te horen, vind ik. Dat zij altijd in een strakke V-formatie vliegen is niet helemaal waar. Vaak gaat het juist zeer ongecoördineerd, zodat het een wonder mag zijn dat er geen vliegongelukken plaatsvinden:als een ongeregeld zootje vliegen ze, en masse, van hot naar haar. Het lijkt alsof zij niet kunnen beslissen of ze bij boer G of boer S het weiland zullen kaalvreten en volpoepen. En de honden? Ook zij waren eerst overweldigd door dit natuurfenomeen en deden pogingen om die herriemakers te verjagen. Helaas voor Scotty en Scarlette, de ganzen trekken zich niets aan van hun geblaf, zodat zij de vogels maar gedogen.   Op een ochtend, in het eerste voorjaar dat wij hier woonden, zei echtgenoot Mees opeens: "Hoor je dat, ik hoor niets meer." Wat bleek? Als hier de lente begint, nemen deze trekvogels van de ene op de andere dag de benen naar hun broedgebieden. Die trek vindt wél plaats in de bekende V-formatie. Dit doen zij om energie te sparen: door de opwervelende lucht van hun voorganger profiteren ze van het "zuinig" vliegen. Om te voorkomen dat de voorste gans in de V het laat afweten, hij heeft het tenslotte het zwaarst omdat er niemand vóór hem vliegt, wordt het dier met de regelmaat der klok afgelost door een ander soortgenoot. Op die manier zijn ze in staat om de 3000-5000 kilometer te overbruggen naar hun broedgebied, waaronder Nova Zembla. Slechts een handje vol slimme ganzen blijft hier wonen. Zij hebben blijkbaar geen zin meer om die duizenden kilometers terug te vliegen. Zij vinden dat het paren, broeden en hun pullen grootbrengen, net zo goed hier kan. Scheelt weer een end vliegen. Maar de boeren zijn daar nou niet bepaald blij mee. Eén van de getroffen boeren probeerde met plastic vlaggetjes en een vogelverschrikker, voorzien van glimmende dvd's, deze slimmeriken van zijn weiland te weren. Er moet immers gras groeien om te hooien en om zijn koeien te laten grazen. Helaas had dat niet het beoogde effect. Twee dagen bleef zijn weiland wel gansloos, na het plaatsen van deze attributen, maar al snel zaten er alweer tien ganzen gezellig te keuvelen onder de vogelverschrikker.   Totdat zij weer terugkomen om hier te overwinteren, moeten wij het stellen zonder dit gakvermaak. Maar veel stiller wordt het wel.

84) Een stok achter de deur

       

Jaren geleden, tijdens één van onze bergwandelingen in Zwitserland, kwamen we er achter dat een steuntje voor de benen wel wat soelaas zou kunnen bieden. Bij gebrek aan iets beters braken wij van een boom twee stevige takken af, argwanend om ons heen glurend of er geen milieupolitie in de buurt was. De rest van die wandeling waren we blij dat we iets hadden om op te leunen. Want zowel bij het stijgen als bij het afdalen, bleek het een waardevolle vriend te zijn. Na die inspannende wandeling lieten wij de boomtakken in het dal achter, bang dat men ons alsnog in de lurven zou pakken indien wij daarmee het dorp zouden binnen wandelen. In een winkel voor bergsportartikelen vonden wij al snel wat we nodig hadden: een stevige wandelstok met een ijzeren punt, zodat uitglijden tot het verleden zou horen. Bij de volgende wandelingen merkten wij het voordeel van onze aankoop. Het klimmen ging een stuk eenvoudiger en bij vermoeidheid kon je heerlijk steunen op het gebogen handvat. Die was ook handig om de stok aan je broek te hangen, als je bij een vlak gedeelte geen hulpmiddel nodig had.

Twee jaar na ons Zwitsers avontuur met de wandelstok, gingen wij in de Waalse Ardennen wonen. Behoefte om tijdens een vakantie er op uit te trekken, hadden wij daar niet. Wel maakten wij talloze wandelingen in die mooie omgeving. De wandelstokken konden wij aan de wilgen hangen, want daar zijn de heuvels niet zo steil als in de Alpen. Daar komt bij dat wij toen twee Siberische Husky's hadden, die ons vaak genoeg door hun getrek aan de riem omhoog hielpen klauteren. Toch plukte echtgenoot Mees op een dag weer zijn stok uit de wilgen: hij ging hem gebruiken bij het vliegvissen. Niet om er een vissnoer aan te maken, maar om hem de broodnodige steun te verlenen bij het waden door het riviertje. Daarmee hoopte hij te voorkomen dat hij een smakkerd zou maken als hij misstapte. De bodem van dat watertje was nou eenmaal niet geasfalteerd. Integendeel, het zat vol verraderlijke kuilen en lag bezaaid met glibberige keien. Als je Mees zo zag waden, wekte hij de indruk alsof hij een gletsjerwandeling aan het maken was: voor dat hij de volgende stap nam, voelde hij eerst heel nauwkeurig met zijn stok of het wel verantwoord was om voorwaarts te gaan. Met behulp van de in Zwitserland gekochte wandelstok, voelt hij zich een stuk zekerder tijdens zijn vis-avonturen.

Eenmaal weer terug verhuisd naar Nederland, gunde Mees zich niet zo veel vrije tijd om te gaan vissen. Hij wilde zijn uren liever besteden aan het opknappen en renoveren van ons nieuwe huis. Nam hij toch eens een paar uurtjes vrij om te vissen, dan beproefde hij zijn geluk vanaf de oever van de Oude Rijn of bij forellenvijvers. Zodoende hing de wandelstok een enorme hoeveelheid stof te verzamelen in de garage. Totdat het noodlot toesloeg.

Enkele weken nadat Mees zijn laatste grote klus in huis had uitgevoerd - een complete renovatie van de badkamer - kreeg hij een dikke knie. Bloedonderzoek en röntgenfoto’s deden de arts besluiten om hem een injectie in zijn kniegewricht te spuiten. Dat zou de ontstekingsverschijnselen wel doen verdwijnen. Een bijkomende onhandigheid was, dat Mees zijn knie gedurende achtenveertig uur zo min mogelijk moest belasten. Elleboogkrukken zou de oplossing kunnen zijn, ware het niet dat ons huis vergeven is van twee wenteltrappen en meerdere opstapjes. Lopen met die hulpmiddelen zou pas uitgevoerd kunnen worden na een lange en intensieve training in een revalidatiecentrum. En die tijd ontbrak Mees. Hinken op één been is redelijk vermoeiend en behoorlijk gehorig, dus dat was ook geen optie. Wij begonnen diep na te denken en riepen opeens, bijna gelijkertijd: "De wandel(waad)stok uit Zwitserland!" Ik snelde naar de garage om de stok uit zijn stofslaap te wekken, maar kreeg mijn bedenkingen toen ik een blik op de ijzeren punt wierp. Die zou wel eens voor problemen kunnen zorgen als Mees hem binnenshuis ging gebruiken. Op de gladde plavuizen zou de punt er voor kunnen zorgen dat de stok wegglijdt en Mees onderuit zou gaan. Hij wikkelde de punt daarom ruimschoots in met ducktape en voorkwam zodoende dat het uiteinde weg zou glijden op de gladde vloer en hij nog meer blessures opliep. De knie van Mees boekte vooruitgang, maar slechts voor korte duur. Helaas moest dat hele ritueel nog een paar keer herhaald worden. De wandel(waad)stok wist niet wat hem overkwam: hij werd nu met de regelmaat der klok weer intensief gebruikt.

Toch kwam er een ogenblik dat de knie van Mees genezen was. De wandel(waad)stok kreeg weer zijn plekje in de garage, werd opnieuw stoffig, maar wij waren blij dat we al die tijd een stok achter de deur hadden gehad.

85) Naar spoedeisende hulp


Met de armen stevig om elkaar heen geslagen en overmand door emoties, stonden echtgenoot Mees en ik de ambulance na te kijken die met een gierende sirene en blauw zwaailicht onze straat uitreed. Tranen biggelden over onze wangen, als een niet te stuiten waterval. Daar ging onze kleine. Nog nooit had hij wat gemankeerd en nu, bijna twee jaar oud, werd hij al van ons gescheiden. Geheel overstuur en gillend van de pijn moest hij met de broeders mee in de ambulance en zeker een volle nacht ter observatie blijven, daar waar wij niet waren. Omdat het logistieke problemen zou opleveren, waren wij niet in staat om de kleine te vergezellen naar de Spoedeisende Hulp in het nabij gelegen ziekenhuis. Wat zou hij zich ellendig voelen zo alleen met allemaal vreemden om zich heen. Gelukkig mochten wij net zo vaak én op ieder tijdstip bellen, als wij ons onzeker voelden of wilden weten hoe het met hem ging.

Even daarvoor, op twee kilometer afstand van ons huis, was de narigheid begonnen. Tijdens zijn voortgang maakte hij van het ene moment op het andere, een vreemd geluid met een van zijn benen. Daarbij begon hij ook nog te strompelen. Vlug hielden wij halt om hem aan een grondige inspectie te onderwerpen. Wat wij zagen deed onze harten een slag overslaan. Dit kon toch niet waar zijn bij zo een jong schepsel? Mees handelde als eerste. Als een gek begon hij onze reanimatieapparatuur in stelling te brengen en paste op vakkundige wijze eerste hulp toe. Na enige spannende momenten zag ik dat het gedoe van Mees resultaat boekte. Snel vervolgden wij onze weg naar huis om daar rustig poolshoogte te kunnen nemen van het gebeuren. Het pakte anders uit. Al na twee honderd meter vertoonde de kleine weer dezelfde symptomen. Mees herhaalde zijn eerste hulppoging, mét resultaat, zodat wij alsnog thuis kwamen.

Eenmaal in veilige haven aangekomen, belden wij terstond onze huisarts. Nadat ik aan de brave man had uitgelegd wat onze kleine mankeerde, kregen wij het advies om een specialist te raadplegen. De schrik sloeg ons om het hart toen wij te horen kregen dat hij per ambulance naar het ziekenhuis moest, zodat de specialist hem zelf kon zien om bevestiging te krijgen van onze diagnose. Vlug belde Mees een ambulance en na tien minuten kwam die met gierende sirene en blauw zwaailicht onze straat inrijden. Onze kleine werd vakkundig in de ambulance geschoven waar wij na veel geknuffel en gesnotter afscheid van hem namen. Pas de volgende ochtend zou hij zonodig geopereerd kunnen worden. Het werd een rusteloze nacht voor ons en van slapen kwam natuurlijk niets. Liters koffie en tientallen sjekkies werden die nacht door ons genuttigd. Daarbij namen wij regelmatig contact op met de afdeling waar onze kleine die nacht verbleef. De geruststellende woorden van het verplegend personeel dat hij stabiel was, namen echter onze angst en onzekerheid niet weg.

Bij het eerste ochtendgloren belden wij weer naar de afdeling waar de kleine was opgenomen. Wij kregen te horen dat hij nu op operatiekamer was en dat we bericht zouden krijgen indien de ingreep achter de rug was.
Na een lange ochtend in spanning te hebben gezeten, kregen we eindelijk het verlossende telefoontje: de operatie was geslaagd, hij was goed wakker en mocht naar huis! Binnen twintig minuten konden we hem verwachten. Vlug gingen wij nog het huis versieren om zijn thuiskomst een feestelijk tintje te geven. Zelfs de buren maakten een erehaag, compleet met bloemen en slingers om de kleine welkom te heten. De ambulance kwam, nu zonder gierende sirene en blauw zwaailicht, rustig de straat in rijden.
Toen de kleine weer op eigen benen stond, brak er een luid gejuich los. Wij zorgden er voor dat we eerst een groepsknuffel met ons drieën konden uitvoeren, alvorens hij belaagd werd door de enthousiaste bewoners uit onze straat.
Na een "Wees welkom vandaag in ons midden", gezongen door de buurkinderen, konden wij weer genieten van onze auto, mét een nieuwe linker achterband.

De moraal van dit verhaal: Geef het vijfde wiel aan de wagen weer een plek in de basisuitrusting van een auto. Dan ben je als eigenaar af van het geploeter met een smurfencompressor die er veel te lang over doet om je band op de juiste spanning te krijgen. Gewoon, hup net als vroeger: zelf je wiel verwisselen, reservewiel plaatsen, met de kapotte band naar een garage rijden en de volgende dag je gerepareerde band weer ophalen en
Klaar is Mees.

86) Hollands oktoberfeest

Het is al ruim twee eeuwen een traditie in Duitsland: de oktoberfeesten.Vooral in München. In die stad werd in 1810 het eerste oktoberfeest gehouden, ter ere van de bruiloft van prinses Theresia van Saksen-Hildburghousen en kroonprins Lodewijk van Beieren. 
Heden ten dagen staat het oktoberfeest in het teken van veel, maar dan ook heel veel, bier drinken, dansen en muziek optredens. Dit evenement staat bekend als het grootste bierfestival ter wereld en wordt jaarlijks bezocht door ongeveer zes miljoen bezoekers. In de streek waar wij wonen, vlak bij de Duitse grens, laten de Nederlandse dorpen zich ook niet onbetuigd. In ieder dorp of gehucht is er eind oktober wel een feest.
 
Twee jaar geleden vonden echtgenoot Mees en ik dat het tijd werd om óók een oktoberfeest te organiseren. Niet zo groots als in München, waar wel veertien tenten worden opgezet. Ons feestgezelschap zou slechts uit elf personen bestaan, dus dat zou overbodig werk met zich meebrengen. De reden voor ons feest was dat Mees vijfenzestig jaar was geworden, ons huis in België was verkocht, een ander huis was gekocht en ik drieënzestig jaar was geworden. Reden genoeg, vonden wij.
De kinderen werden via een uitnodiging op de hoogte gebracht en op 20 oktober 2013 begon ons huis vol te stromen met de genodigden. Helaas was kleinzoon Jelle, toen bijna vier jaar, ziek geworden. Alleen thuis blijven was geen optie, zodat schoonzoon Peter én het zieke kipje niet op het feest aanwezig konden zijn. Oudste dochter Vera voelde zich daardoor een beetje incompleet, maar werd er nadrukkelijk door haar jongste zoon Bobbie, toen twee jaar, op gewezen dat zij zich niet hoefde te vervelen.
Lisa, onze middelste, arriveerde met schoonzoon André keurig op tijd, zodat het wachten nog was op zoon Bas met schoondochter Anja en kleinzoon Thomas, toen zes jaar. Bas had die middag eigenlijk moeten werken, maar door welwillend optreden van enkele collega's, kon hij toch op tijd onze familie compleet maken.
 
Wij hadden nog niet verteld hoe de middag en avond ingevuld zouden worden, maar ons kent ons en de kinderen hadden daarom al een flauw vermoeden wat hun te wachten stond. Nadat Mees en ik afschuwelijk verwend waren met leuke en nuttige cadeaus, vertrokken we in optocht richting onze verrassing: we gingen een boottochtje maken op de Rijn. Ons eigen vlees en bloed kreeg gelijk een wazige uitdrukking op het gelaat en ging in één klap weer terug in de tijd. Zij hadden immers een groot gedeelte van hun jeugd doorgebracht op een boot. Ook de aangetrouwde kinderen reageerden enthousiast: eindelijk zouden zij eens gaan varen met de hele familie. Kleinzoon Thomas vond het schitterend. Als hij maar geen zwemvest aan moest doen. Helaas voor hem, dat was verplicht. Ook de kleine Bobbie vond het zwemvest maar niks. Hij presteerde het om zijn brullende protest een half uur vol te houden. Toen hij merkte dat het janken geen effect had en die "nare dikke jas" aan moest houden, hield hij uiteindelijk toch zijn snater. De rest van de tocht vermaakte hij zich uiteindelijk meesterlijk. Iedere boot die wij passeerden, werd verblijd door een klein manneke die luidkeels: "Dag bootje" brulde.
Thomas was ook in zijn schik. Met grote ogen bewonderde hij ieder voorbijvarend schip en verwonderde zich over de enorme afmetingen van de containerschepen en duweenheden. "Oei, Oma, wat issie groot hè?" verzuchtte hij dan. Hij werd er bijna sprakeloos van, wat weer goed was voor de oren van de andere opvarenden. Want wat kan die kabouter kletsen! 
Maar ook onze kinderen keken hun ogen uit. Ik zag onze twee dochters en zoon steeds verder terugkeren naar hun jeugd, terwijl onze schoondochter en schoonzoon nu het begrip konden opbrengen voor onze passie betreffende boten.
 
Terwijl ik volop genoot van alles en iedereen, zag ik vanuit mijn ooghoek dochter Lisa het trapje opklauteren naar de hoger gelegen stuurhut en een gesprek aanging met de roerganger/kapitein. Ze is zeker een beetje nieuwsgierig geworden naar het uitzicht, dacht ik nog. Nadat ik nog een bestelling had geplaatst bij de steward om de droge kelen te smeren, zag ik tot mijn grote verbazing Mees aan het roer staan. Breed grijnzend stond hij als schipper naast God intens te genieten van dit zeldzame moment. Ook hij was weer even terug in de tijd. Hij had tenslotte in een grijs verleden vaak genoeg aan het roer gestaan van onze eigen boten.
Dat Mees weer even aan het roer kon staan, was natuurlijk bekokstoofd door Lisa. Zij had met haar vlotte babbel de stuurman/kapitein kunnen overtuigen van Mees zijn stuurmanskunst.
 
Aan alles komt een eind en dus ook aan deze rondvaart. Nadat wij van boord waren gegaan, moest een ieder, en zeker Thomas en Bobbie, even de benen strekken en weer wennen aan het aan-wal-zijn-gevoel. Een andere boot lag immers alweer op ons te wachten. Deze boot gooide niet zijn trossen los, maar de bemanning zorgde wel, op een Chinese manier, voor de inwendige mens.
Na vele Chinese hapjes en Hollandse drankjes, werd het tijd om weer naar ons huis te gaan. Daar werd nog heerlijk en enthousiast nagebabbeld over de afgelopen uren. Uit de gesprekken die ik als nagenietende moeder opving, bleek wel dat iedereen zich had vermaakt. Door vertrekkende kinderen, al of niet met kleinkinderen, begon ons huis weer leeg te lopen en konden Mees en ik met een voldaan gevoel terugkijken op een zeer geslaagd oktoberfeest.

87) Balkonserenade

"Grenzend aan een natuurgebied met grote waterpartij en uitzicht op de Rijn".
Zo stond het omschreven in de verkoopbrochure voor het huis in Nederland waar wij wel een oogje op hadden. Dat natuurgebied klopt, evenals de waterpartij. Voor het uitzicht op de Rijn is het wel nodig om eerst naar de zolderverdieping te klimmen. Vanuit het raam wat zich daar bevindt, heb je inderdaad een magnifiek uitzicht op de koning der Europese rivieren. Helaas wordt op de begane grond dit uitzicht belemmerd door een dijk. Die is in de loop der jaren steeds meer verhoogd als bescherming van de bewoners tegen overstromingsgevaar.
Zo kon het gebeuren dat echtgenoot Mees en ik regelmatig naar zolder togen om dan samengeplakt voor het raam de voorbijvarende schepen te bewonderen. Vaak was het nodig om onze lichamen in zeer a-anatomische houdingen te vouwen, wilden wij beiden niets missen.

Om ons huis aan de buitenzijde van een flinke opknapbeurt te voorzien, was een uitschuifbare ladder onvoldoende. Dat was de reden dat wij een flink formaat bouwsteiger aanschaften. Een uitkomst, want zo kon Mees, zelfs tot op grote hoogte, de buitenboel opknappen. Ook de gevel waar ons gluurraam zat kreeg een beurt. En tijdens een pauze, zittend op de steiger, viel bij Mees het kwartje. Hij kreeg mij zo ver om ook op de steiger te gaan zitten, ondanks mijn hoogtevrees, en sprak de memorabele woorden:
"Hier ga ik een balkonnetje bouwen. We kunnen dan zittend vanuit onze luie stoel, zonder voor het raam te staan, de voorbijvarende schepen spotten".
Meteen kreeg ik visioenen van een balkonscène zoals dat omschreven staat in de Dikke Van Daele:
"Een bijzondere gebeurtenis op een balkon, met name het zwaaien door de vorst of vorstin naar het toegestroomde volk vanaf het balkon van een paleis".

Voor dat Mees aan het bouwen kon beginnen, moesten we eerst een vergunning aanvragen bij de gemeente. Eenmaal ingediend kregen wij te horen dat de vergunning alleen verstrekt kon worden indien er een bouwtechnische tekening werd overlegd, goedgekeurd door een architect. Deze acties namen behoorlijk wat tijd in beslag, maar toen alles rond was kreeg de houthandel onze bestelling.
Eenmaal afgeleverd, veranderde de stapel balken en planken al snel in een balkon, ter hoogte van ons gluurraam op de zolderverdieping. Opgefleurd met groene en witte verf had Mees al snel een plaatje van een balkon gecreëerd. Op de zolder zelf had Mees een kort trapje gemaakt, zodat wij gewoon door het openslaande raam op ons balkon konden stappen.
Wij kochten tevens twee tuinstoeltjes en, om ons te beschermen tegen oververhitting (wat soms wel eens voorkomt in Nederland), een parasol. Zo hebben wij al menig genoeglijke uurtjes doorgebracht in gezelschap van een beker koffie, een glas bier of iets sterkers.
We hebben veel bekijks als we op ons balkonnetje zitten. Aangezien er ook een weg langs ons huis is, zijn er veel onbekende mensen die ons bij het passeren uitbundig toezwaaien of luidkeels groeten. Uiteraard zwaaien wij, als een vorstenechtpaar, terug.

Een balkonserenade heeft Mees mij nog niet gebracht. Jammer, want ik zou mij wel eens als Juliette willen voelen als mijn Romeo een lied voor mij ter gehore brengt.
Wel waren er mensen die ons zagen als Mr. Waldorff en Mr. Stattler, de eeuwige kritiek hebbende en mopperende mannetjes uit The Muppet Show. Geheel ongegrond is die vergelijking niet. Het gedrag van sommige weggebruikers kan regelmatig rekenen op kritiek onzerzijds en het gemopper op snelheidsduivels vindt regelmatig plaats.
Kritiek op de schippers van de schepen hebben wij niet. Wij willen namelijk niet gezien worden als de beste stuurlui die aan wal staan.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Corrie Huijer | Antwoord 22.09.2016 18.36

Hallo Stella, Jannie en Kick, Lang geleden he? Maar plotseling dacht ik aan jullie toen ik op de verhalensite kwam. Ik genoot weer van je. Groet Cojo,

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

21.04 | 08:57

Geweldige informatie voor een oma die low budget voor haar kleinzoon een kleine modelbaan wil bouwen. hartelijke dank

...
26.12 | 06:15

ik schreef al in jullie gastenboek, dat dit de mooiste baan is, die ik ooit heb gezien. Hou me op de hoogte van nieuwigheden !

...
22.09 | 18:36

Hallo Stella, Jannie en Kick, Lang geleden he? Maar plotseling dacht ik aan jullie toen ik op de verhalensite kwam. Ik genoot weer van je. Groet Cojo,

...
01.07 | 15:57

Hallo Vera,

Bedankt voor je spitse reactie. Je hebt goed ingespeeld op de tekst uit mijn stukkie.
Groetjes van Mies.

...
Je vindt deze pagina leuk